Veel geschillen met de bank kunnen worden opgelost in onderling overleg tussen cliënt, bijgestaan door zijn advocaat en de bank. Zo niet, deze kwestie. Hier moest de rechter aan te pas komen om de bank zover te krijgen dat zij een opzegging door de bank van de relatie ongedaan maakte.

Mijn cliënt was een Nederlander die was gehuwd met een Zuid-Amerikaanse. Haar familie woonde nog in Zuid-Amerka en cliënt had daar dan ook een vakantiehuis waar hij jaarlijks een aantal weken verbleef. Tijdens die vakanties nam cliënt vrijwel dagelijks het maximaal toegestane bedrag van enkele honderden euro’s op. Dit geld was onder meer nodig voor het onderhoud van de vakantiewoning, ondersteuning van de familie en natuurlijk de overige kosten van het verblijf.

Groot was de verbazing van cliënt dan ook toen hij en zijn vrouw afgelopen vakantie ineens niet meer konden pinnen. Navraag bij de bank leerde dat deze zijn bankrekening had geblokkeerd, omdat er volgens haar sprake zou zijn van “verdachte transacties” (de opnames in Colombia). Bovendien gaf de bank aan dat zij nader onderzoek had verricht en dat zij naar aanleiding daarvan nog een aantal vragen had over onder meer de bedrijfsstructuur van cliënt. Cliënt heeft alle vragen van de bank vervolgens beantwoord, maar de bank drong steeds aan op een nadere toelichting en stelde tevens ook weer nieuwe vragen.

Na verloop van tijd kwam daar nog bij dat de bank constateerde dat cliënt was geregistreerd in het Extern Verwijzingsregister (EVR of EVA). Dit is een register waarin banken en verzekeraars melding doen van personen van wie zij vermoeden dat die betrokken zijn bij fraude. Voor de bank was dit kennelijk uiteindelijk de druppel, want na nog enige correspondentie over en weer vond opzegging door de bank van de relatie plaats. De bank verwees naar haar algemene bankvoorwaarden.

Op dat moment heeft cliënt ondergetekende ingeschakeld en toen al snel bleek dat overleg met de bank niet mocht baten is besloten een kort geding tegen de bank te beginnen bij de rechtbank Utrecht. Insteek van deze procedure was om de bank te dwingen om de bankrelatie weer voort te zetten, te meer nu cliënt als gevolg van de EVR-melding ook niet bij andere banken terecht kon.

Deze procedure is zeer recent met succes afgesloten: de bank werd inderdaad verplicht om de dienstverlening te continueren en de bankrelatie te herstellen, zulks ondanks dat zij op basis van haar algemene voorwaarden in beginsel mocht opzeggen. Dit zat hem voornamelijk in twee punten.

Ten eerste leek de kwestie gezien de vele vragen van de bank en de omvang van het dossier zeer gecompliceerd. De bank deed het ook zo voorkomen. Bij nadere bestudering bleek echter dat in feite vrijwel geen vragen meer open stonden ten tijde van de kort geding procedure. De bank leek dan ook voornamelijk vanwege de EVR-registratie over te gaan tot de opzegging van de bancaire relatie. Die bestond echter ook al ten tijde van het aangaan van de bancaire relatie en was op zichzelf dan ook onvoldoende reden voor een opzegging.

Ten tweede had de bank haar opzegging van de relatie zeer (te) summier onderbouwd om over te mogen gaan tot opzegging, te meer nu zij daarmee in strijd handelde met haar zorgplicht.

Deze uitspraak onderschrijft weer dat voor banken strenge maatstaven gelden en dat klanten zaken als een opzegging van de relatie door de bank niet altijd zomaar hoeven te accepteren. Dit bleek ook al uit eerdere rechtspraak waar opzegging van een bancair krediet aan de orde werd gesteld. En hetgeen geldt voor een opzegging van een bancaire relatie geldt veelal ook voor opzegging van een bancair krediet.

Wilt u meer weten over uw rechten en plichten en wenst u een advies op maat, neemt u gerust contact met mij op. Het eerste gesprek is immers gratis en geheel vrijblijvend. U kunt mij een e-mail sturen (leliveld@leliveldadvocaten.nl) of telefonisch contact met mij opnemen( +31 (0)43 3259679 | +31 (0)6 46 04 60 54).

Disclaimer
Aan de inhoud van bovenstaande tekst kunnen geen rechten worden ontleend.